Vragen van de Vermaners aan inboorling Bosmelul van de PVV:
1. Vraag: Bent u bekend met het bericht “
Inboorlingencultuur: wegpesten van mede-inboorlingetje”?
Antwoord: Ja.
2. Vraag: Deelt u de mening dat het absoluut onacceptabel is 12-jarig
inboorlingetje door mede-inboorlingetjes zo wordt getreiterd en gediscrimineerd dat de
schoolleiding de ouders heeft geadviseerd naar een andere school te gaan? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord: Pesten en discrimineren kunnen we niet accepteren. Leerlingen moeten zich veilig kunnen voelen op school, ze moeten zich gewaardeerd en gerespecteerd voelen. Pesten past daar niet bij. Scholen zijn verantwoordelijk voor het creëren van een veilig schoolklimaat. De wijze waarop aandacht wordt besteed aan het voorkomen van en aanpakken van (ernstige) vormen van pestgedrag behoort daartoe. Het is uiteraard zeer onbevredigend dat in deze situatie de schoolleiding tenslotte uitgerekend het slachtoffer heeft moeten adviseren naar een andere
school te gaan. Maar laten we wel wezen; als de dader nu Marokkanen waren hadden we wel inbegrepen. Who gives a fuck?
3. Vraag: Deelt u de mening dat de schoolleiding schromelijk tekort is geschoten bij de
bescherming van dit jongetje omdat de pesters ondanks hun schoppen, slaan, bedreigen,
intimideren en iemand buitensluiten, op deze school mogen blijven, terwijl het “slachtoffer”
wordt geadviseerd naar een andere school te gaan? Zo neen, waarom niet?
Antwoord: De inspectie heeft naar aanleiding van het krantenartikel gesprekken gevoerd met de schoolleider en de school bezocht. Gebleken is dat de groepsleerkracht en de interne begeleider lange tijd zelf geprobeerd hebben de situatie intern op te lossen. Directie en overige teamleden zijn pas in een later stadium er meer bij betrokken. Er zijn gesprekken gevoerd met de leerlingen en met hun ouders uitmondend in duidelijke afspraken. De interventies waren aanvankelijk succesvol en de sfeer binnen de groep verbeterde. De situatie verslechterde op het moment dat de jongen slachtoffer werd van het pestgedrag van leerlingen uit een hogere groep. De daders zijn vervolgens aangesproken en hen is gemeld dat bij herhaling van het gedrag schorsing zou volgen. Deze maatregel is niet
geëffectueerd aangezien parallel aan de aangekondigde schorsing gesprekken liepen met de ouders van het slachtoffer en het besluit viel om in het belang van de jongen te kiezen voor een andere school.
De schoolleiding en het team meldden zich onmachtig te voelen tegenover verwerpelijke uitingsvormen die vanuit de wijk en de maatschappij de school binnen komen. Ondanks dat de school contacten heeft met maatschappelijke en welzijnsorganisaties in de wijk, zoals de Jeugd AdviesDienst (JAD), het schoolmaatschappelijk werk, de coach voor Marokkaanse ouders en de wijkagent wordt - achteraf - door directie en team vastgesteld dat die contacten meer en beter ingezet hadden kunnen worden.
De inspectie heeft samen met de schoolleiding enkele verbeterpunten vastgesteld en zal de ontwikkelingen op deze school blijven volgen. En verder kan het ons eigenlijk niet echt iets schelen, nogmaals wij strijden tegen islamisering, dus we willen dat inboorlingencultuur dominant wordt en daar hoort dit eigenlijk toch wel bij; het wegpesten van gehandicapten mede-inboorlingen. Die verwakken immers alleen onze strijd.
4. Vraag: Deelt u de mening dat er geen tafelgesprekken met zulke pesters moeten worden
gehouden, maar dat hier alleen een keiharde aanpak geldt zoals verwijdering van school,
strafrechtelijke vervolging van de ouders en een verplichte heropvoeding? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord: De school is zelf verantwoordelijk voor de aanpak van de pesters binnen de school en de wijze waarop gewerkt wordt aan een veilig schoolklimaat. De betreffende school heeft gekozen voor de integrale aanpak van het programma ‘De Vreedzame School’, waarbij betrokkenheid van leerlingen en hun ouders essentieel is. De methode is gebaseerd op conflicthantering. Vergroten van de weerbaarheid van kinderen is tevens aandachtspunt. Ik ben van mening dat van ouders, leerlingen en scholen bovendien verwacht mag worden dat ze heldere afspraken maken over wat wel en niet aanvaardbaar is in de omgang met elkaar. Ook de consequenties van het schenden van afspraken behoren daartoe. Erkend moet worden dat er vele ontwikkelingen zijn, zowel in de samenleving als binnen de scholen, die het schoolklimaat beïnvloeden. Schoolleiding en personeel kunnen en moeten
het niet geïsoleerd aanpakken. Ik vind het uitermate belangrijk dat ook ouders en andere partners in de jeugdketen om de school samenwerken aan een veilige leeromgeving en hun verantwoordelijkheid nemen. Maar ook moeten scholen zelf tijdig erkennen dat problemen de school overstijgen en de partners betrekken zodat breder ondersteuning kan worden ingezet. Scholen kunnen bij dit type ‘escalatie’ ook gebruik maken van de expertise van bijvoorbeeld het Centrum School en Veiligheid (zie antwoord op vraag 5).
Wij zijn wel bereid om de ouders te leren hoe het wegpesten efficiënter kan gebeuren. Op basis van onze ervaringen met moslims in Nederland hebben we een uitgebreide expertise op basis van liegen, bedriegen en schelden.
5. Vraag: Wat bent u voornemens te gaan doen om zulke excessen in de toekomst te voorkomen
en de veiligheid van ieder kind op school te waarborgen?
Antwoord: Zoals gezegd zijn scholen zelf primair verantwoordelijk voor de veiligheid, het bevorderen van burgerschap en sociale integratie. Daar waar de sociale problematiek de verantwoordelijkheid van de school overstijgt, moet de school een beroep kunnen doen op andere partners in de zorgstructuur (ZAT’s) en/of de Veiligheidsketen. Om scholen te ondersteunen bij het vormgeven en uitvoeren van dit beleid heeft het ministerie van OCW het Centrum School en Veiligheid ingericht. Het Centrum verzamelt en verspreidt kennis, goede voorbeelden, handreikingen en adviezen door middel van de website www.schoolenveiligheid.nl en een helpdesk. Het Landelijk Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie en www.burgerschap.kennisnet.nl zijn eveneens ingericht om scholen te helpen bij de uitvoering van hun beleid. Bovendien zijn de Vertrouwensinspecteurs van de
Onderwijsinspectie aangewezen om scholen reflectie te bieden en te helpen bij het zoeken naar oplossingen bij ernstige vormen van pesten en discriminatie.
Tenslotte is het thema veiligheid, waaronder discriminatie en pesten, opgenomen in hettoetsingskader van de Onderwijsinspectie. Deze spreekt scholen die tekort schieten erop aan. Het ministerie van OCW analyseert momenteel de resultaten van het veiligheidsbeleid op scholen. Op basis daarvan beoordeel ik samen met mijn collega staatssecretaris van Bijsterveldt-Vliegenthart of aanvullende maatregelen nodig zijn. De landelijke ondersteuning inzake sociale veiligheid die OCW de scholen biedt, kan hiervan onderdeel zijn. Wij denken dan ook een kamp waar deze zielige inboorlingetjes terecht kunnen. Immers, we zijn niet harteloos. We hebben ons hart op de goede plek, rechts ergens.